Auteursrecht en aanverwante zaken
Op alle op deze website getoonde teksten en beelden behoudt Galerie
Ka, dan wel de kunstenaar
die zij vertegenwoordigd, alle intellectuele eigendomsrechten. Verveelvoudiging,
openbaarmaking en kopiëren zijn slechts toegestaan indien Galerie
Ka, dan wel de kunstenaar
die wordt vertegenwoordigd, hiervoor uitdrukkelijke toestemming heeft
verleend.
De door Galerie
Ka geleverde goederen mogen slechts gebruikt worden
voor het overeengekomen doel, d.w.z. (decoratief) gebruik binnen huiselijke
kring dan wel bedrijf of instelling.
Voor elke in strijd hiermee verrichte handeling is de overtreder een
boete verschuldigd onverminderd het recht van kunstenaars aanspraak te
maken op volledige schadevergoeding (meer info: 'Auteurswet
1912').
Onderstaande tekst is slechts bedoelt als algemene informatie, voor
meer of specifieke informatie kan men contact zoeken met bijvoorbeeld
de Stichting Beeldrecht.
Auteursrecht en Auteurswet
Auteursrecht is het recht dat makers van originele werken beschermt tegen
plagiaat en ander misbruik.
In de in 1912 tot stand gekomen Auteurswet is vastgelegd dat uitsluitend
de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of diens wettelijke
erfgenamen, het recht hebben het werk openbaar te maken (te publiceren)
of te verveelvoudigen (te reproduceren).
Als iemand anders dan de maker zelf het werk wil gebruiken, is de gebruiker
wettelijk verplicht de maker hiervoor toestemming te vragen. Alleen de
maker, of diens erven, kunnen die toestemming geven. Aan het gebruik kan
de maker financiële voorwaarden verbinden.
Auteursrecht verwerf je automatisch
Auteursrecht hoef je niet aan te vragen. Je verwerft het automatisch bij
de creatie van een werk. Wel kan het soms verstandig zijn om je als maker
van een werk te laten registreren. In juridische procedures kan dit van
pas komen als bewijs dat je de maker bent van een bepaald werk. De Belastingdienst
en de notaris zijn instanties waar makers van kunst zich kunnen laten
registreren.
Auteursrecht geldt niet altijd
Een gebruiker hoeft in de bepaalde gevallen geen toestemming te vragen
aan de maker. In vakjargon worden deze gevallen aangeduid als beperkingen
op het auteursrecht.
Beperkingen op het auteursrecht
Het Auteursrecht geldt niet in alle gevallen. Er is namelijk sprake van
een aantal beperkingen op het auteursrecht. Voor het gebruik van kunst
is toestemming van de maker dan niet vereist. Ook kan de maker in deze
gevallen geen geld vragen voor het gebruik van zijn werk. Voorbeelden
van beperkingen op het auteursrecht zijn gevallen van reproductie of openbaarmaking:
- indien het een citaat betreft
- wanneer het kunstobject blijvend op openbare plaatsen is geplaatst
- als eigenaren of houders van kunst hun bezit exposeren of afbeelden
in verkoopcatalogi
Beeldcitaten zijn toegestaan in:
- een aankondiging (voor bijvoorbeeld een tentoonstelling);
- een recensie (een kritische, deskundige of educatieve bespreking
van kunstwerken);
- een wetenschappelijke verhandeling.
In andere mediatypen, bijvoorbeeld in een advertentie, vereist het gebruik
van een beeldcitaat meestal de toestemming van de maker.
Het beeldcitaat moet daarnaast voldoen aan drie voorwaarden:
- het moet een inhoudelijk verband met de tekst hebben (dit wordt ook
wel contextvereiste genoemd);
- het formaat moet ondergeschikt zijn aan de hoeveelheid tekst;
- het mag niet dienen als duidelijke verfraaiing van een pagina.
Kunst op openbare plaatsen
Blijvend op openbare plaatsen aangebrachte beeldende kunst behoort, tot
op zekere hoogte, tot het publiek domein. In veel gevallen mag men de
werken, zonder dat de maker hiervoor toestemming hoeft te verlenen, fotograferen,
filmen, na schilderen of tekenen.
Rechten van eigenaren en houders
Eigenaren en houders van beeldende kunst hebben bepaalde rechten. Deze
rechten bevatten onder andere een belangrijke regel voor het geval eigenaren
hun kunstbezit willen verkopen: ze mogen de kunst dan openbaar maken of
reproduceren voor zover noodzakelijk voor de verkoop, bijvoorbeeld in
een verkoopcatalogus, zonder voorafgaande toestemming van de maker.
Verder bieden de rechten eigenaren en houders van kunst tevens de mogelijkheid
hun kunstbezit ten toon te stellen en om deze kunst openbaar te maken
of te reproduceren voor zover noodzakelijk voor de tentoonstelling.
Portretrecht
Het portretrecht komt toe aan degene die afgebeeld wordt op het portret
(de geportretteerde).
Op grond van het portretrecht heeft de geportretteerde in bepaalde gevallen
het recht zich te verzetten tegen openbaarmaking van zijn portret. De
wet maakt daarbij een onderscheid tussen een portret dat in opdracht is
gemaakt en een portret dat niet in opdracht is gemaakt.
Het in opdracht gemaakte portret
De geportretteerde, diens familie of een huldigingscomité geeft
hiervoor doorgaans opdracht. De maker of een derde mogen het portret pas
openbaar maken nadat de geportretteerde (of diens nabestaanden) hiervoor
toestemming heeft verleend. Toestemming mag altijd worden geweigerd. Zelfs
als dit onredelijk lijkt. Nabestanden kunnen zich verzetten tegen openbaarmaking
tot 10 jaar na het overlijden van de geportreteerde.
De geportreteerde mag zelf kopiëren voor gebruik in huiselijke kring
of voor gebruik in kranten en tijdschriften.
Het niet in opdracht gemaakte portret
Het niet in opdracht gemaakte portret wordt meestal gemaakt op eigen initiatief
van de (portret)maker of in opdracht van derden zoals een uitgever of
een reclamebureau. Toestemming voor openbaar maken is alleen nodig indien
de geportretteerde een redelijk belang heeft om zich te verzetten tegen
openbaarmaking.
Zolang er een redelijk belang bestaat kunnen geportretteerden of nabestaanden
zich verzetten tegen openbaarmaking. Dit portretrecht is niet gebonden
aan een bepaalde termijn.
Degene die het portret gebruikt, dient rekening te houden met de belangen
van de persoon (of zijn nabestaanden) die herkenbaar wordt afgebeeld.
De geportretteerde kan zowel een commercieel belang als een andersoortig
belang (privacy) hebben bij het niet publiceren van zijn portret. Schending
van de privacy van de geportretteerde dient bij openbaar maken bijvoorbeeld
te worden voorkomen.
Collectieve rechten
Er bestaat een aantal auteursrechtelijke regelingen op grond waarvan een
derde een bepaald werk mag gebruiken zonder dat hij daarvoor om toestemming
van de auteursrechthebbende hoeft te vragen. Wel dient deze derde een
bepaalde vergoeding te betalen aan een door de overheid aangewezen organisatie.
Deze organisatie moet er vervolgens voor zorgen dat de auteursrechthebbende
een vergoeding voor het gebruik van zijn werk krijgt. We spreken in dit
soort gevallen van collectieve rechten. Kenmerkend voor de collectieve
rechten is dat ze niet individueel kunnen worden uitgeoefend. Deze rechten
worden geïncasseerd door collectieve-beheersorganisaties. Deze organisaties
maken op hun beurt weer gebruik van auteursrechtorganisaties zoals Beeldrecht
voor de verdeling van de gelden.
De volgende collectieve rechten zijn van belang voor beeldend kunstenaars:
- Leenrecht
- Reprorecht
- Thuiskopierecht
- Televisie- en kabelrecht
Sinds 1 januari 1996 is het auteursrecht uitgebreid met het leenrecht.
Hiermee kwam in de wet te staan dat bibliotheken aan de makers een redelijke
vergoeding dienen te betalen voor boeken die worden uitgeleend.
Stichting Leenrecht int en verdeelt de vergoedingen. Inmiddels betalen
de bibliotheken voor de uitleningen van boeken zo’n 12 miljoen euro
per jaar. Deze gelden worden verdeeld over de verschillende auteursrechtorganisaties.
De auteursrechtorganisaties verdelen het geld over de verschillende rechthebbenden.
Daarbij is uiteindelijk voor boeken ongeveer 1,4 miljoen euro beschikbaar
voor illustratoren, fotografen, grafische ontwerpers en beeldend kunstenaars.
Dit geldt wordt over hen verdeeld door Stichting De Visuelen.
Uitgangspunt bij de onderlinge verdeling is dat het aantal bijdragen
in een boek de hoogte van de uitkering beïnvloedt. Daarnaast is het
aantal utleningen van het betreffende boek van essentieel belang. Ook
de plaats van de bijdrage draagt bij aan de bepaling van de hoogte van
de uitkering.
Reprorecht
Het reprorecht heeft betrekking op fotokopieën die binnen de overheid,
het bedrijfsleven, het onderwijs en de bibliotheken worden gemaakt om
respectievelijk onder ambtenaren, medewerkers en leerlingen te worden
verspreid. Voor het maken van deze kopieën dient een vergoeding te
worden betaald aan de Stichting Reprorecht, die er vervolgens voor zorgt
dat het totale geïncasseerde bedrag verdeeld wordt onder de individuele
auteurs en - voorzover van toepassing - de uitgevers.
Sinds kort hebben ook makers van visuele werken, zoals illustratoren,
grafisch ontwerpers en fotografen recht op een vergoeding, zodat sinds
2004 ook reprorechtgelden aan deze makers worden uitbetaald.
Thuiskopierecht
Op audio- en videobanden worden werken opgenomen en vele malen voor persoonlijke
doeleinden afgespeeld. In 1991 is in de Auteurswet een regeling voor dit
'thuiskopierecht' opgenomen: importeurs en fabrikanten betalen een uurbedrag
voor iedere onbespeelde audio- of videodrager.
De Stichting de Thuiskopie is belast met de inning en verdeling van de
vergoedingen over de verschillende auteursrechtorganisaties. De betrokken
auteursrechtorganisaties voor deze visuele auteurs zijn belast met de
daadwerkelijke uitbetaling aan de auteurs wier werk is gekopieerd op videobanden.
Beeldrecht verdeelt de vergoeding Thuiskopie over visuele makers van wie
werk is uitgezondern op televisie.
Televisie- en kabelrecht
De televisie- en kabelrechten vallen eigenlijk niet onder de collectieve
rechten, omdat ze niet bij wet bepaald zijn. Maar omdat ze in de praktijk
niet of nauwelijks individueel uitgeoefend kunnen worden, worden ze er
hier toch onder gerekend.
Er zijn televisieprogramma's die over kunst gaan en er zijn programma's
waarin kunstwerken voorkomen als beeldend of illustratief element. In
beide gevallen heeft de kunstenaar rechten. De publieke omroepen en kabelmaatschappijen
betalen jaarlijks een bedrag dat is gebaseerd op een getaxeerd gebruik
van kunst op televisie (dit zijn de televisiegelden). Men hoeft niet aangesloten
te zijn bij Beeldrecht om aanspraak te maken op een vergoeding uit deze
gelden.
Kabelexploitanten geven televisiesignalen uit de ether door aan hun
abonnees. Volgens de Auteurswet is dit een handeling die toestemming van
de rechthebbenden behoeft. De Stichting Beeldrecht neemt deze rechten
waar van alle (aangesloten en niet-aangesloten) kunstenaars. Ze ontvangt
daartoe kabelgelden voor het doorgeven van Nederlandse en buitenlandse
zenders.
Met de commerciële omroepen is geen collectieve regeling overeen
gekomen.
Registreren werk
In juridische procedures kan registratie van pas komen als bewijs dat
jij de maker bent van een bepaald werk. Werk registreren kan op een aantal
manieren.
- Bij de Afdeling Registratie en Successie van de Belastingdienst.
Deze wijze van registreren is rechtsgeldig en kost ongeveer 5 Euro.
Geheel waterdicht is de methode niet, omdat de belastingdienst geen
bewijsexemplaar behoudt.
- Bij een notaris. Deze wijze van registreren is rechtsgeldig en het
ook het meest waterdicht. Echter, helaas is deze methode ook het duurst.
- Door gebruik van het zogenaamde Beeldrechtstempel. Deze wijze van
registreren is niet rechtsgeldig. Wel geeft het potentiële gebruikers
van uw werk een duidelijk signaal dat voor reproductie auteursrechten
zijn verschuldigd.
- U kunt uzelf ook een aangetekende brief sturen met daarin een foto
of ontwerp van het betreffende werk waaruit duidelijk blijkt dat u de
maker bent. Deze brief dient u vervolgens ongeopend te laten tot het
moment dat u dit bewijs nodig blijkt te hebben en in het bijzijn van
een notaris te openen.
- Een vrij nieuwe manier om uw intellectueel eigendom te registreren
via Internet wordt aangeboden door enkele bedrijven, bijv www.file-reg.com.
Beeldrechtstempel
Het beeldrecht stempel dient als "beschermings statement". Je
kunt bij de Stichting
Beeldrecht een 'beeldstempel' downloaden als afbeelding of pdf-bestand.
Dit kun je uitprinten en op (de achterkant of onderkant van) je werk bevestigen.
Volgrecht
Volgrecht is het recht van de maker van een kunstwerk om een percentage
van de verkoopprijs te ontvangen bij doorverkoop van zijn of haar werk.
Het recht is bedoeld om er voor te zorgen dat kunstenaars kunnen meedelen
in de winst wanneer hun werk wordt doorverkocht.
- Volgrecht is alleen verschuldigd in geval van verkopen waarbij een
professionele kunsthandelaar betrokken is;
- Volgrecht is niet van toepassing op eerste verkopen;
- Volgrecht pas verschuldigd bij koopprijs vanaf € 3.000,-
Het volgrecht komt altijd toe aan de maker van het kunstwerk. Om de kunstenaar
te beschermen heeft de wetgever namelijk bepaald dat het volgrecht niet
overdraagbaar is en dat de kunstenaar er ook geen afstand van kan doen.
Na de dood van de maker komt het toe aan de erfgenamen van de kunstenaar.
Omdat het volgrecht stapsgewijs wordt ingevoerd, zullen erfgenamen hun
volgrecht echter pas kunnen uitoefenen ná 2010. Het volgrecht duurt
tot 70 jaar na de dood van de kunstenaar.
Het volgrecht is niet van toepassing als:
- de verkoopprijs lager is dan € 3.000;
- indien er sprake is van een zogenaamde eerste verkoop door een kunstenaar;
- de verkoper het werk minder dan drie jaren voor de verkoop heeft
verkregen van de maker en de verkoopprijs niet hoger is dan € 10.000;
- het werk door een persoon, niet handelend als professionele kunsthandelaar,
wordt doorverkocht aan een museum.
Om er achter te komen of een kunstwerk is doorverkocht, heeft de kunstenaar
het recht om inlichtingen in te winnen bij veilinghuizen, galeries en
kunsthandelaren. De bij de verkoop betrokken partijen moeten op verzoek
alle informatie verstrekken die nodig is om de betaling van de volgrechtvergoeding
veilig te stellen.
|